Vragen over Mishan­de­lingen en bedrei­gingen vanwege LHBTI-geaardheid


Indiendatum: aug. 2018

Op 24 juli jl. is in het Maankwartier een transgender persoon mishandeld, zoals uit het proces verbaal blijkt puur vanwege diens seksuele geaardheid. De gebeurtenis is gefilmd door het slachtoffer, die alarmnummer 112 heeft gebeld waarop de politie ter plekke is gekomen en met de beelden de dader heeft gezocht en staande gehouden. Later op de dag heeft de mishandeling zich herhaald, en in de dagen daarna is het slachtoffer bij de eigen woning bedreigd, ook door anderen dan de dader. Het slachtoffer1 is onder behandeling van een psycholoog, en voelt zich niet veilig in de eigen woonomgeving. Bij de fractie van de Partij voor de Dieren is daarnaast bekend dat een ander persoon van LHBTI-geaardheid voor vergelijkbare bedreigingen geen aangifte durft te doen.

De vragen zijn gericht aan het College, in het bijzonder de burgemeester vanwege diens verantwoordelijkheid voor de openbare orde inclusief het politie-optreden terzake.

1) Bent u het eens met de Partij voor de Dieren dat het mishandelen, en herhaald bedreigen van een persoon puur vanwege diens seksuele geaardheid een zeer ernstig incident is, en een bedreiging van de openbare orde?

2) De burgemeester leidt de politie waar het de openbare orde betreft: is het aanvaardbaar dat de verdachte van mishandeling slechts is staande gehouden, maar ondanks het tastbare bewijs (gefilmde beelden) niet naar het politiebureau is meegenomen voor verhoor?

3) Het slachtoffer kon pas enkele dagen na de incidenten op het politiebureau aangifte doen: is een dergelijke “wachtperiode” aanvaardbaar? Of dient de politie organisatie zo te worden aangepast dat een snellere aangifte, met daardoor een grotere kans op succesvolle vervolging, mogelijk is?

4) Is de burgemeester bereid in het driehoeksoverleg vervolging van de verdachte persoon, c.q. personen, aan te kaarten?

5) Bent u het eens met de PvdDieren dat Heerlen als Regenboogstad hierin een speciale verantwoordelijkheid heeft, die zich ook tot preventie van toekomstige bedreigingen en mishandelingen uitstrekt?

6) Is de burgemeester bereid het slachtoffer te bezoeken?

7) Welke maatregelen gaat het college treffen om herhaling te voorkomen? Dit mede gezien het feit dat andere personen van LHBTI-geaardheid in de directe omgeving niet eens aangifte durven te doen?

Wij hopen, en verwachten, vanwege de ernst van deze gebeurtenissen en het voortdurende leed van het slachtoffer, op spoedige actie en beantwoording van deze vragen,

hoogachtend

P. Plusquin

Fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Geachte mevrouw Plusquin,

Naar aanleiding van uw vragen d.d. 1 augustus 2018 inzake mishandelingen enbedreigingen vanwege LHBTI-geaardheid delen wij u het volgende mede.

Vraag 1.
Bent u het eens met de Partij voor de Dieren dat het mishandelen, en herhaald bedreigen van een persoon puur vanwege diens seksuele geaardheid een zeer ernstig incident is, en een bedreiging van de openbare orde?

Antwoord.
Wij zijn het met de Partij voor de dieren eens dat het mishandelen, en herhaald bedreigen van een persoon puur vanwege diens seksuele geaardheid en/of diens genderidentiteit een zeer ernstig incident is, en een bedreiging van de openbare orde.

Vraag 2.
De burgemeester leidt de politie waar het de openbare orde betreft: is het aanvaardbaar dat de verdachte van mishandeling slechts is staande gehouden, maar ondanks het tastbare bewijs (gefilmde beelden) niet naar het politiebureau is meegenomen voor verhoor?

Antwoord.
Kort na het incident is gebleken dat de naar aanleiding van het incident staande gehouden persoon niet de verdachte van de mishandeling was, maar een vriend van de verdachte. De politie heeft daarna het onderzoek naar de juiste persoon voortgezet.

Vraag 3.
Het slachtoffer kon pas enkele dagen na de incidenten op het politiebureau aangifte doen: is een dergelijke “wachtperiode” aanvaardbaar? Of dient de politie organisatie zo te worden aangepast dat een snellere aangifte, met daardoor een grotere kans op succesvolle vervolging, mogelijk is? Registratienummer:BWV-18003306

Antwoord.
Zoals het landelijke dienstverleningsconcept van de politie voorschrijft, maakt de politie in goed overleg met de benadeelde/het slachtoffer een afspraak voor een aangifte. Uit onderzoek is gebleken dat in deze casus volgens deze werkwijze is gehandeld.

Vraag 4.
Is de burgemeester bereid in het driehoeksoverleg vervolging van de verdachte persoon, c.q. personen, aan te kaarten?

Antwoord
.De besluitvorming over de strafrechtelijke vervolging van een verdachte behoort tot de bevoegdheden van het Openbaar Ministerie. De burgemeester heeft kort na de aanhouding van de verdachte binnen de lokale driehoek afstemming gehad over de mogelijke, acuut te treffen bestuurlijke maatregelen. Aan de hand van de ontwikkelingen in de strafrechtcasus heeft de burgemeester besloten, om een gebiedsverbod op te leggen, ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde en ter bescherming van het slachtoffer. De politie heeft verder actie ondernomen richting de groep jongeren, waarvan de verdachte deel uitmaakte. Er wordt onderzoek verricht naar de groep en afhankelijk van de resultaten worden mogelijk groepsgerichte maatregelen getroffen.

Vraag 5.
Bent u het eens met de PvdDieren dat Heerlen als Regenboogstad hierin een speciale verantwoordelijkheid heeft, die zich ook tot preventie van toekomstige bedreigingen en mishandelingen uitstrekt?

Antwoord.
Ja, als Regenboogstad zet de gemeente Heerlen zich dan ook al jaren actief in voor de acceptatie van seksuele diversiteit en de veiligheid van mensen met een andere seksuele geaardheid. Onder deze noemer valt ook de preventie van bedreigingen en mishandelingen. In het kader daarvan vinden er op nagenoeg alle middelbare scholen in Heerlen voorlichtingslessen plaats en zijn er sociale netwerken op scholen ingericht. Tevens is er aandacht voor roze ouderen en voor de acceptatie van mensen met een andere culturele achtergrond. Wij werken daarin samen met o.a. het COC en het Anti Discriminatie Bureau. In deze casus is tevens het LHBTI-netwerk van de politie “Roze in Blauw” betrokken bij de behandeling van de twee desbetreffende aangiftes van mishandeling. Dit netwerk is onder andere gericht op het vergroten van de bewustwording van LHBTI-gerelateerde discriminatie.

Vraag 6.
Is de burgemeester bereid het slachtoffer te bezoeken?

Antwoord.De burgemeester heeft in de week nadat het tweede incident bekend werd, een persoonlijk gesprek gehad met het slachtoffer en haar vriendin.

Vraag 7.
Welke maatregelen gaat het college treffen om herhaling te voorkomen? Dit mede gezien het feit dat andere personen van LHBTI-geaardheid in de directe omgeving niet eens aangifte durven te doen?

Antwoord.
In ons Regenboogbeleid zal er onverminderd aandacht blijven bestaan voor de veiligheid van mensen met een andere geaardheid. Daarnaast heeft de burgemeester in de directe fysieke omgeving van het slachtoffer een gebiedsverbod opgelegd aan de verdachte. Het gedrag van de groep jongeren die de slachtoffers heeft lastig gevallen wordt, zoals in het antwoord op vraag 4 al genoemd, nader onderzocht. Afhankelijk van de resultaten van dat onderzoek worden mogelijk groepsgerichte maatregelen getroffen om een herhaling in deze casus te voorkomen.


Hoogachtend,burgemeester en wethouders van Heerlen,

namens dezen de wnd. burgemeester,

E.G.M. Roemer