Opiniestuk: Donderdag jl. werd beschreven hoe het nieuwe mijn­museum van Heerlen wordt ingedeeld


15 juli 2021

In de Limburger van jl. donderdag wordt beschreven hoe het nieuwe mijnmuseum van Heerlen wordt ingedeeld. Met behulp van vier kleuren wordt de historie van ons mijnverleden van beneden naar boven in het gebouw zichtbaar gemaakt. Van zwart voor kolen, via goud voor welvaart en grijs voor de aanslag op de gezondheid, naar de bovenste etage waar de opkrabbelende stad wordt getoond. Het ligt op het eerste gezicht voor de hand om enthousiast te worden over dit plan. Het op deze manier zichtbaar maken van de recente geschiedenis van de oostelijke mijnstreek is te waarderen, houdt de herinnering voor de burgers van deze stad levend en toont bezoekers hoe Heerlen is geworden tot wat het nu is.

Maar het past ook bij de neiging van Heerlen en zijn bestuurders tot hang naar nostalgie, naar het staan met de rug naar de toekomst. Op de grijze etage wordt gewezen op de gevaren en nadelige gezondheidsaspecten van de mijnactiviteiten met name voor de harde werkers die ondergronds aan de slag moesten. Helaas is in het artikel niet te lezen, dat de productie van kolen mede de basis heeft gelegd voor de weg naar klimaatverandering en aanverwante problemen. De verbranding van kolen is een van de meest vervuilende vormen van fossiele energie. Tijdens de hoogtijdagen van de kolensector was dit natuurlijk niet algemeen bekend, in ieder geval niet bij de burgers. De wetenschap had echter al veel eerder gewezen op de nadelige gevolgen van fossiele energiebronnen.

In dit kader zou het een uitgelezen kans zijn om in dit nieuw in te richten museum ook een deel te reserveren, bv. op de grijze etage, waar wordt uitgelegd wat de nadelige gevolgen waren en zijn van onze fossiele economie, welke gevaren erdoor zijn ontstaan en nog te verwachten zijn, welke mogelijkheden er zijn om voortgang van klimaatverandering af te remmen en welke aanpassingen er in de nabije en verre toekomst nodig zijn om als mensheid te overleven.

Dit nieuwe museum, de verbouwing, inrichting en het onderhoud, kost heel veel geld. Geld dat niet alleen zou moeten worden ingezet om het verleden te verheerlijken, maar op zijn minst om ook de enorme nadelige invloed van dit verleden op het heden en de toekomst duidelijk te maken.

De benodigde financiën die zijn gereserveerd voor het nieuwe museum, staan bovendien in schril contrast met het kleine budget en het mandaat dat in deze raadsperiode is toebedeeld aan de wethouder van Heerlen die klimaat en duurzaamheid in zijn portefeuille heeft. Het is een kwestie van het stellen van prioriteiten, gebaseerd op kennis van het ontstaan van klimaatverandering, van wat er nodig is om dat te stoppen, van wat er nodig is om ons aan te passen en van de urgentie van de maatregelen die moeten worden getroffen.

Een idee om dat voor de periode 2022-2026 anders aan te pakken? Beter laat dan nooit toch? Een wethouder die zich alleen met klimaat en duurzaamheid gaat bezighouden, ondersteund door voldoende ambtenaren met kennis van zaken, met een ruim mandaat en vooral ook een ruim budget lijkt een absolute noodzaak om met enig vertrouwen de toekomst tegemoet te treden.

“Ook als het niet over klimaat gaat, moet het over klimaat gaan.” En voor een wethouder van cultuur moet gelden: “Ook als het over een museum gaat, moet het over klimaat gaan.”

Door René van der Luer (Klimaatcoalitie Parkstad)